Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
bliksem

1.35 Waarom zijn er rampen en kwaad als God almachtig is?

Kwaad en lijden

Er is verschil tussen kwaad dat door mensen wordt veroorzaakt en andere nare dingen zoals natuurrampen. De mens heeft van God een eigen wil gekregen, en kan daarmee goede en slechte keuzes maken. Als God zou ingrijpen, dan zouden we niet meer vrij zijn!

Waarom natuurrampen gebeuren en waarom God bij het vreselijke kwaad van sommige mensen niet ingrijpt, blijft een mysterie. Het is echter nooit een straf van God, die vol liefde is. Hij leeft mee met wie lijdt en inspireert mensen om elkaar te helpen. Als we met Hem meewerken kan het kwaad nooit het laatste woord hebben.

> Lees meer in het boek

De wereld is niet volmaakt en mensen zeker niet. God lijdt mee met de slachtoffers van rampen en kwaad. Hij wil hen helpen en kracht geven.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Als God alles weet en alles kan, waarom verhindert Hij het kwade dan niet?

"God laat het kwade toe, alleen om er iets beters uit te laten voortkomen"

(H. Thomas van Aquino)

Het kwaad in de wereld is een duister en verdrietig geheim. Zelfs de Gekruisigde vroeg aan zijn Vader: "Mijn God, waarom hebt u mij verlaten?" (Mt. 27, 46). Er zijn veel dingen onbegrijpelijk. Maar één ding weten wij met zekerheid: God is honderd procent goed. Hij kan nooit de aanstichter zijn van iets kwaads. God heeft de wereld goed geschapen, maar de wereld is nog niet voltooid. In heftig verwerpen en pijnlijke processen groeit de wereld toe naar zijn definitieve voltooiing. Daarbinnen kun je plaatsen wat de kerk noemt: fysiek kwaad, bijvoorbeeld een aangeboren afwijking of een natuurramp. Er is ook moreel kwaad, maar dat komt door misbruik van de vrijheid in de wereld. De ‘hel op aarde’ – kindsoldaten, zelfmoordaanslagen, concentratiekampen – wordt doorgaans door mensen aangericht. De beslissende vraag is daarom niet: ‘Hoe kun je in een goede God geloven, als er zoveel kwaad in de wereld is?’ maar: ‘Hoe zou een mens met hart en verstand het leven in deze wereld kunnen uithouden, als er géén God bestond?’ Dood en opstanding van Christus laten ons zien: het kwaad had niet het eerste woord, het heeft ook niet het laatste woord. Uit het ergst denkbare kwaad heeft God het absoluut goede laten voortkomen. Wij geloven dat God bij het laatste oordeel een eind maakt aan alle onrecht. In het leven van de komende wereld is er geen plaats meer voor het kwaad en is er geen lijden meer. [Youcat 51]