Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
slotzuster

2.9 Wat voor paters, broeders en zusters zijn er?

De Kerk anno nu

Paters, broeders en zusters zijn mensen die ervoor gekozen hebben om zich met hun hele leven en bezit aan God toe te vertrouwen en alleen voor Hem te leven. Ze leven volgens een (klooster)regel en werken binnen of buiten de muren van hun klooster.

Voorbeelden zijn de zusters van Moeder Teresa, de Franciscanen, de Jezuïeten en de Clarissen. Deze gemeenschappen hebben elk een andere insteek. Sommige zijn vooral gericht op gebed, andere zijn hoofdzakelijk werkzaam in scholen of ziekenhuizen, of ze hebben een heel andere taak op zich genomen.

> Lees meer in het boek

De vele religieuzen geven alles aan God en leven volgens een (klooster-)regel. Ze bidden, leven en werken in het klooster en ook daarbuiten.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Hoe is het volk van God samengesteld?

In de Kerk zijn er krachtens goddelijke instelling gewijde bedienaren, die het Sacrament van de Wijding hebben ontvangen en die de hiërarchie van de Kerk vormen. De andere worden leken genoemd. Uit elk van deze beide groepen komen gelovigen die zich op bijzondere wijze aan God toewijden door de professie van de evangelische raden van kuisheid in het celibaat, armoede en gehoorzaamheid. [CCKK 178]

Wat is het gewijde leven?

Het gewijde leven is een door de Kerk erkende levensstaat. Het is een vrij antwoord op een bijzondere oproep van Christus, waarin de gewijden zich geheel aan God toewijden en naar de volmaaktheid van de liefde streven, daartoe bewogen door de heilige Geest. Een dergelijke toewijding wordt gekenmerkt door de beoefening van de evangelische raden. [CCKK 192]

Wat draagt het gewijde leven bij aan de zending van de Kerk?

Het gewijde leven draagt bij aan de zending van de Kerk door een volledige toewijding van zichzelf aan Christus en aan de broeders en zusters, en door getuigenis te geven van de hoop op het hemels koninkrijk. [CCKK 193]

Hoe is de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk opgebouwd?

In de Kerk zijn leken en clerici (clerus). Als kinderen van God hebben zij dezelfde waardigheid. Ze hebben gelijkwaardige, maar verschillende taken. De roeping van de leken is om de hele wereld voor te bereiden op het rijk van God. Over hen zijn gewijde ambtsdragers (clerici) aangesteld, belast met de diensten van de kerkelijke leiding, de leer en de heiliging. In beide standen zijn er Christenen die zich door celibaat, armoede en gehoorzaamheid op bijzondere wijze ter beschikking stellen van God (bv. kloosterlingen).

Iedere Christen heeft de taak met het eigen leven te getuigen van het Evangelie. Maar God gaat met ieder mens een eigen weg. Sommigen zendt hij als leek, zodat zij in gezin en beroep midden in de wereld het rijk van God opbouwen. Daartoe schenkt hij hun in Doop en Vormsel alle nodige gaven van de Heilige Geest. Anderen roept hij tot het herdersambt; zij moeten zijn volk besturen, onderwijzen en heiligen. Die opdracht kan niemand zichzelf aanmatigen; de Heer zelf moet hem roepen en door de wijding zijn goddelijke kracht meegeven. Zo kan hij plaatsvervangend voor Christus handelen en de Sacramenten bedienen. [Youcat 138]

Waarom wil Jezus dat er mensen zijn die voor altijd een leven in armoede, celibataire kuisheid en gehoorzaamheid leiden?

God is liefde. Hij verlangt ook naar onze liefde. Het is een vorm van liefhebbende overgave aan God om als Jezus te leven - namelijk arm, kuis en gehoorzaam. Wie zo leeft, heeft hoofd, hart en handen vrij voor God en voor de mensen.

Steeds weer laten mensen zich volledig veroveren door Jezus, zodat zij ‘met het oog op het koninkrijk van de hemel’ (Mt. 19, 12) alles opgeven voor God, zelfs de goede gaven als bezit, zelfbeschikking en de echtelijke liefde. Dit leven volgens de evangelische raden in armoede, kuisheid en gehoorzaamheid toont alle christenen dat de wereld niet alles is. Pas de ontmoeting met de goddelijke bruidegom, ‘van aangezicht tot aangezicht’, zal de mens uiteindelijk gelukkig maken. [Youcat 145]