Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
hemelvaart van Jezus

1.50 Hoe belangrijk is de verrijzenis?

Hemel, hel of vagevuur?

Jezus was dood en werd weer levend. Hij verrees uit de dood en beloofde dat ook wij zullen verrijzen. De verrijzenis is de kern van ons geloof (I Kor 15,14)I Kor 15,14: En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg.. Al in het Oude Testament beloofde God zijn mensen het eeuwige leven (Ez 37,5)Ez 37,5: Zo spreekt de Heer God tot deze beenderen: Ik ga de levensgeest in u brengen, en u komt weer tot leven..

Na onze dood leven we voort, hopelijk bij God. Aan het einde der tijden krijgen we ons eigen lichaam terug. Dan gaat de eeuwigheid met God pas echt goed beginnen. Met uitzondering van de mensen die bewust en definitief tegen God hebben gekozen, zullen we na onze verrijzenis voor altijd compleet gelukkig zijn bij God in de hemel.

> Lees meer in het boek

Jezus’ verrijzenis is de kern van ons geloof: Hij maakte waar wat Hij zei! Nu zullen ook wij eens verrijzen en eeuwig kunnen leven met Hem.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Wat zijn de zin en de heilsbetekenis van de verrijzenis?

De verrijzenis vormt het hoogtepunt van de incarnatie. Zij bevestigt de godheid van Christus, evenals alles wat Hij gedaan en geleerd heeft, en verwezenlijkt alle beloften die God ons gedaan heeft. Bovendien is de Verrezene, als Overwinnaar over zonde en dood, het beginsel van onze rechtvaardiging en onze verrijzenis: nu al bewerkt Hij voor ons de genade van het kindschap door aanname, dat ons werkelijk doet delen in zijn leven als eniggeboren Zoon; vervolgens zal Hij later, op het einde der tijden, ons lichaam doen verrijzen. [CCKK 131]

Wat is er door de verrijzenis in de wereld veranderd?

Omdat met de dood nu niet meer alles afgelopen is, is er vreugde en hoop in de wereld gekomen. Nadat de dood "geen macht meer" (Rom. 6, 9) had over Jezus, had hij ook geen macht meer over ons, die bij Jezus horen. [Youcat 108]

Wat gebeurt er bij de dood met onze ziel en ons lichaam?

Door de dood, de scheiding van de ziel en het lichaam, gaat het lichaam tot ontbinding over, terwijl de ziel, die onsterfelijk is, Gods oordeel tegemoet gaat, en erop wacht weer verenigd te worden met het lichaam, wanneer dat bij de wederkomst van de Heer in een veranderde gestalte zal verrijzen. Het hoe van de verrijzenis gaat ons voorstellingsvermogen en ons verstand te boven. [CCKK 205]

Waarom geloven wij in de verrijzenis van het ‘vlees’?

Het Bijbelse woord ‘vlees’ verwijst naar de mens in zijn zwakheid en sterfelijkheid. God beschouwt het menselijke vlees echter niet als iets minderwaardigs. In Jezus Christus werd Hij zelf ‘vlees’ (incarnatie) om de mensen te verlossen. God verlost niet alleen de geest van de mens, Hij verlost hem geheel, met lichaam en ziel.

God heeft ons met lichaam (vlees) en ziel geschapen. Hij laat het ‘vlees’, ja, de hele schepping, aan het einde van de wereld niet zomaar vallen als een afgedankt stuk speelgoed. Op de ‘laatste dag’ zal Hij ons in het vlees opwekken – dat wil zeggen: we zullen veranderd zijn, maar ons toch in ons element voelen. Ook voor Jezus was het in-het-vlees-zijn geen episode. Toen de Verrezen Heer zich vertoonde, zagen de leerlingen zijn littekens. [Youcat 153]

Wat gebeurt er met ons als wij sterven?

In de dood worden lichaam en ziel van elkaar gescheiden. Het lichaam ontbindt, terwijl de ziel naar God gaat en wacht totdat ze op de jongste dag weer met het opgewekte lichaam verenigd wordt.

Het hoe van de verrijzenis van ons lichaam is een mysterie. Een beeld kan ons helpen het te geloven: aan een tulpenbol kunnen we niet zien tot wat een prachtige bloem hij zich in de donkere aarde zal ontwikkelen. Zo weten wij ook niets over het toekomstige uiterlijk van ons nieuwe lichaam. Maar Paulus weet zeker: "Wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt" (1 Kor. 15, 43a). [Youcat 154]

Wat betekent ‘gemeenschap van de heiligen’?

Tot de ‘gemeenschap van de heiligen’ behoren alle mensen die hun hoop op Christus hebben gesteld en door de doop bij Hem horen, of ze al gestorven zijn of nog leven. Omdat wij in Christus één lichaam zijn, leven we in een gemeenschap die hemel en aarde omvat.

De Kerk is groter en meer levend dan wij denken. Tot de Kerk behoren levenden en gestorvenen – of ze zich nog in een louteringsproces bevinden, of al in de heerlijkheid van God zijn – bekenden en onbekenden, grote heiligen en onopvallende mensen. Wij kunnen elkaar over de dood heen bijstaan. Wij kunnen onze naamheilige of onze favoriete heilige aanroepen, maar ook onze overleden verwanten, van wie wij geloven dat ze al bij God zijn aangekomen. Omgekeerd kunnen wij onze overledenen die zich nog in een louteringsproces bevinden, door ons smeekgebed en eucharistievieringen als offer van Christus helpen. Wat de enkeling in en voor Christus doet, komt allen ten goede. Omgekeerd betekent dit helaas ook dat iedere zonde de gemeenschap schaadt. [Youcat 146]