Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
operatie

4.28 Is abortus verkeerd?

Het menselijk leven

Het is heel treurig als een moeder zich gedwongen voelt om een abortus te overwegen. Abortus is het bewust afbreken of beëindigen van een zwangerschap. Dit kán niet goed zijn, omdat het gaat over het bewust beëindigen van een menselijk leven. Bij elke abortus wordt een kind gedood.

Hoewel nog heel klein, is de embryo een mens met menselijke waardigheid en rechten. Net als iedere mens heeft ook deze kleine persoon recht op zijn of haar leven. Dit leven begint zodra een eicel bevrucht wordt door een zaadcel. Vanaf dat moment is het een unieke mens, die van zijn ouders mag verwachten dat ze het zullen verzorgen, beschermen en laten opgroeien.

> Lees meer in het boek

Abortus is het opzettelijk doden van menselijk leven in de moederschoot. Dat is heel fout en moet in alle omstandigheden veroordeeld worden.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Wat verbiedt het vijfde gebod?

Het vijfde gebod verbiedt als ernstig in strijd met de morele wet:

  • de rechtstreekse en vrijwillige doodslag en de medewerking daaraan;
  • de rechtstreekse abortus, als doel of als middel gewild, evenals de medewerking daaraan, op straffe van excommunicatie, omdat het menselijk wezen vanaf het moment van de conceptie volstrekt geëerbiedigd en beschermd moet worden in zijn integriteit;
  • de rechtstreekse euthanasie, die erin bestaat, door een handeling of door het nalaten van een verschuldigde handeling, een einde te maken aan het leven van gehandicapte, zieke of stervende personen;
  • de zelfmoord en de vrijwillige medewerking daaraan, omdat zij zware schending is van de juiste liefde voor God, voor zichzelf, en voor de naaste: wat de verantwoordelijkheid betreft, deze kan verzwaard zijn om reden van gegeven ergernis, of verminderd door bijzondere psychische storingen of ernstige angsten.

[CCKK 470]

Waarom is abortus in geen enkele ontwikkelingsfase van een embryo acceptabel?

Het door God geschonken leven is Gods directe eigendom. Het is vanaf het eerste ogenblik heilig en niet voor de mens om over te beschikken. ‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt’ (Jer. 1, 5).

God alleen is Heer over leven en dood. Zelfs ‘mijn’ leven is niet mijn eigendom. Ieder kind heeft van de conceptie af aan het recht om te leven. Vanaf het allereerste begin is de ongeboren mens een eigen persoon met rechten die niemand mag schenden: geen overheid, geen arts en ook geen moeder. Het feit dat de kerk hier zo duidelijk over is, is geen gebrek aan barmhartigheid, veeleer wil ze wijzen op de onherstelbare schade die het onschuldig gedode kind, zijn ouders en de hele samenleving wordt aangedaan. De bescherming van het onschuldige leven behoort tot de belangrijkste taken van de overheid. Wanneer de overheid die taak niet op zich neemt, ondermijnt ze zelf de fundamenten van de rechtsstaat. [Youcat 383]