Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
kaarsjes

3.32 Wat gebeurt er allemaal in de Paaswake?

Grote kerkelijke feesten

De Paaswake is het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Alleen door zijn verrijzenis heeft alles wat Jezus zei en deed zin. De paaskaars die wordt aangestoken in een donkere kerk staat symbool voor Jezus, ons enige Licht. Dat licht wordt doorgegeven als de kaarsjes van alle gelovigen worden aangestoken en de hele kerk door kaarslicht wordt verlicht.

Er wordt uitgebreid uit de Bijbel gelezen en we horen hoe God omgaat met zijn volk. Vaak worden tijdens de Paaswake mensen gedoopt en hernieuwen alle gelovigen hun doopgeloften. Vervolgens wordt vol vreugde vanwege alles wat Jezus ons geeft de Eucharistie opgedragen

> Lees meer in het boek

Jezus’ verrijzenis vieren we in een wake met brandende kaarsen, met lezingen over Gods weg met ons, met het doopsel en met de Eucharistie.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Wat is het werk van Christus in de liturgie?

In de liturgie van de Kerk maakt Christus voornamelijk zijn paasmysterie onder tekenen kenbaar en brengt het tot stand. Door de heilige Geest aan de apostelen te geven, gaf Hij hun en hun opvolgers de macht het heilswerk te voltrekken door het eucharistisch Offer en de Sacramenten, waarin Hij zelf werkzaam is om zijn genade mee te delen aan de gelovigen van alle tijden en in heel de wereld. [CCKK 222]

Wat is het wezenlijke van iedere liturgie?

Liturgie is altijd eerst de gemeenschap met Jezus Christus. Iedere eredienst, niet alleen de Eucharistieviering, is een Paasviering in het klein. Jezus opent en viert met ons de overgang van dood naar leven.

De belangrijkste eredienst van de wereld was de viering van het Pascha van Jezus met zijn leerlingen de avond voor zijn dood in de avondmaalszaal. De leerlingen dachten dat Jezus de bevrijding van Israël uit Egypte vierde. Maar Jezus vierde de bevrijding van de hele mensheid uit de macht van de dood. Destijds in Egypte had het ‘bloed van het lam’ de Israëlieten tegen de doodsengel beschermd. Nu zou Hij zelf het Lam zijn wiens bloed de mensheid redt van de dood. De dood en verrijzenis van Jezus zijn het bewijs dat je kunt sterven en tegelijk het leven winnen. Dat is de eigenlijke inhoud van iedere christelijke eredienst. Jezus zelf vergeleek zijn dood en verrijzenis met de bevrijding van Israël uit de slavernij van Egypte. Met het Paasmysterie wordt daarom de verlossende werking van Jezus’ dood en verrijzenis aangeduid. Analoog aan het levensreddende bloed van het lam bij de uittocht van de Israëlieten uit Egypte (Ex. 12) is Jezus het ware paaslam, dat de mensheid verlost heeft van de verstriktheid in dood en zonde. [Youcat 171]

Welke “tekenen” getuigen van de verrijzenis van Jezus?

Behalve door het wezenlijke teken van het lege graf, is van de verrijzenis van Jezus ook getuigd door de vrouwen, die het eerst Hem ontmoet hebben en die Hem aan de apostelen hebben verkondigd. Daarna is Jezus “verschenen aan Kefas (Petrus) en daarna aan de Twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk” (1 Kor. 15, 5-6) en aan nog anderen. De apostelen kunnen de verrijzenis niet verzonnen hebben, want deze scheen hun onmogelijk: Jezus heeft hen zelfs een verwijt gemaakt om hun ongeloof. [CCKK 127]

Waarom is de verrijzenis tegelijkertijd ook een transcendent gebeuren?

Ook al is de verrijzenis een historisch gebeuren, dat zich door tekenen liet vaststellen en dat door getuigenissen werd bevestigd, gaat zij als de intrede van de mensheid van Christus in de heerlijkheid van God, boven het historische uit als mysterie van het geloof. Daarom openbaarde de verrezen Christus zich niet aan de wereld, maar aan zijn leerlingen, en maakte hen tot zijn getuigen voor het volk. [CCKK 128]

Hoe kwamen de leerlingen ertoe te geloven dat Jezus is verrezen?

De leerlingen, die alle hoop verloren hadden, kwamen tot geloof aan Jezus’ opstanding omdat ze Hem na zijn dood op verschillende manieren zagen, met Hem spraken en Hem als levend ervoeren.

De paasgebeurtenissen, die zich rond het jaar dertig in Jeruzalem afspeelden, zijn geen verzinsel. Onder de indruk van de dood van Jezus en de nederlaag van hun gemeenschappelijke zaak, vluchtten de leerlingen ('Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden’, (Lc. 24, 21)) of trokken zich terug achter gesloten deuren. Pas de ontmoeting met de verrezen Christus wekte hen uit hun verstarring en vervulde hen met een enthousiast geloof aan Jezus Christus, de Heer over leven en dood. [Youcat 105]

Zijn er bewijzen voor de verrijzenis van Jezus?

In natuurwetenschappelijke zin zijn er geen bewijzen voor de verrijzenis van Jezus. Maar er zijn zeer sterke individuele en collectieve getuigenissen van de gebeurtenissen in Jeruzalem.

Het oudste schriftelijke getuigenis van de verrijzenis is een brief die de heilige Paulus ca. twintig jaar na Christus’ dood aan de Korintiërs schreef: ‘Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat Hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven’ (1 Kor. 15, 3-6). Paulus schrijft hier over een levende overlevering die hij in de oergemeente aantrof toen hij twee of drie jaar na Jezus’ dood en verrijzenis zelf christen werd – als gevolg van zijn eigen overrompelende ontmoeting met de verrezen Heer. Als eerste teken van de realiteit van de verrijzenis zagen de leerlingen het feit van het lege graf (Lc. 24, 5-6). Uitgerekend vrouwen – die volgens het toenmalige recht niet officieel mochten getuigen – ontdekten het. Hoewel over de apostel Johannes verteld wordt dat hij al bij het lege graf ‘zag en geloofde’ (Joh. 20, 8b), ontstond de zekerheid dat Jezus leeft pas door zijn veelvuldige verschijningen. De vele ontmoetingen met de Verrezene eindigden met Christus’ hemelvaart. Toch zijn er ook daarna en tot nu toe nog ontmoetingen met de levende Heer: Jezus Christus leeft. [Youcat 106]