Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
rotsen

4.37 Wanneer is iemand dood?

Einde van het leven

Tegenwoordig wordt er in de medische wereld van uitgegaan dat iemand dood is als vaststaat dat de functie van de hele hersenen is uitgevallen, inclusief die van de hersenstam. Meestal is het voldoende vast te stellen dat de ademhaling is gestopt en het hart niet meer klopt.

De Kerk gaat er van uit dat iemand sterft op het moment dat de ziel het lichaam verlaat. Dit moment kan natuurlijk niet wetenschappelijk worden vastgesteld. Wel helpt dit ons bij het nadenken over leven en dood.

> Lees meer in het boek

Iemand sterft als zijn ziel het lichaam verlaat. De dood wordt wettelijk en medisch vastgesteld als de hersenen niet meer werken.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Wat betekent sterven in Christus Jezus?

Het betekent sterven in Gods genade, zonder doodzonde. Wie in Christus gelooft en zijn voorbeeld navolgt, kan zo de eigen dood omvormen tot een daad van gehoorzaamheid en liefde jegens de Vader: “Hoe waar is dit woord: Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven” (2 Tim. 2, 11). [CCKK 206]

Hoe helpt Christus ons bij het sterven als wij op Hem vertrouwen?

Christus komt ons tegemoet en leidt ons naar het eeuwige leven. ‘Niet de dood zal mij halen, maar God’ (H. Theresia van Lisieux).

In het licht van Jezus’ lijden en sterven kan zelfs het sterven lichter worden. Wij kunnen in een daad van vertrouwen en liefde ‘ja’ zeggen tegen de Vader, zoals Jezus in de Olijfhof deed. Zo een houding noemen we een ‘geestelijk offer’: de stervende verenigt zich met het offer van Christus aan het kruis. Wie zo in vertrouwen op God en in vrede met de mensen, dus zonder zware zonden, sterft, is op weg in de gemeenschap met de verrezen Christus. In ons sterven zullen wij niet dieper vallen dan in zijn handen. Wie sterft, vertrekt niet naar nergens, maar komt thuis in de liefde van God, die hem geschapen heeft. [Youcat 155]

Wat gebeurt er met ons als wij sterven?

In de dood worden lichaam en ziel van elkaar gescheiden. Het lichaam ontbindt, terwijl de ziel naar God gaat en wacht totdat ze op de jongste dag weer met het opgewekte lichaam verenigd wordt.

Het hoe van de verrijzenis van ons lichaam is een mysterie. Een beeld kan ons helpen het te geloven: aan een tulpenbol kunnen we niet zien tot wat een prachtige bloem hij zich in de donkere aarde zal ontwikkelen. Zo weten wij ook niets over het toekomstige uiterlijk van ons nieuwe lichaam. Maar Paulus weet zeker: ‘Wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt’ (1 Kor. 15, 43a). [Youcat 154]