Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
laatste avondmaal

2.15 Wie zijn de Apostelen? Wie zijn hun opvolgers?

Jezus, de Apostelen en de paus

Jezus koos tijdens zijn aardse leven twaalf leerlingen of Apostelen uit, die Hij er op uit stuurde om mensen te helpen en hen de boodschap van Jezus, het Evangelie, te vertellen. Apostel betekent dan ook ‘hij die gezonden is’.

Na Jezus’ dood en verrijzenis gingen de Apostelen hiermee door. De Apostelen gaven het ambt dat Jezus aan hen had gegeven door aan hun opvolgers, die we bisschoppen noemen. De bisschoppen van vandaag zijn, langs een hele reeks voorgangers, opvolgers van de Apostelen.

> Lees meer in het boek

Jezus koos 12 Apostelen om de Kerk te leiden, sacramenten te bedienen en het Evangelie te verkondigen; hun opvolgers zijn de bisschoppen.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Wat voor gezag verleent Jezus aan zijn apostelen in het Rijk Gods?

Jezus kiest de Twaalf uit, als toekomstige getuigen van zijn verrijzenis, en doet hen delen in zijn zending en in zijn gezag om onderricht te geven, zonden te vergeven, de Kerk op te bouwen en te besturen. In dit college ontvangt Petrus “de sleutels van het rijk der hemelen” (Mt. 16, 19) en neemt er de eerste plaats in, met de zending het geloof ongeschonden te bewaren en zijn broeders te bevestigen. [CCKK 109]

Waarin bestaat de zending van de apostelen?

Het woord apostel betekent gezondene. Jezus, de gezondene van de Vader, riep twaalf van zijn leerlingen tot zich, en stelde hen aan als zijn apostelen, terwijl Hij hen tot de getuigen van zijn verrijzenis maakte en tot de fundamenten van zijn Kerk. Hij gaf hun de opdracht zijn zending voort te zetten, met de woorden: "Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u" (Joh. 20, 21), en met de belofte bij hen te zullen zijn tot aan de voleinding der wereld. [CCKK 175]

Waarom heeft Jezus apostelen aangesteld?

Jezus had een grote groep leerlingen om zich heen, mannen en vrouwen. Uit die groep koos Hij twaalf mannen, die Hij apostelen noemde (Lc. 6, 12-16). Hij rustte de apostelen op bijzondere wijze toe en gaf hun meerdere opdrachten mee: Hij ‘zond hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen’ (Lc. 9, 2). Alleen deze twaalf apostelen nam Hij mee bij het Laatste Avondmaal, waar Hij hun opdroeg: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken’ (Lc. 22, 19). 

De apostelen waren getuigen van Jezus' opstanding en stonden borg voor de waarheid. Zij voerden na Jezus' dood zijn opdracht verder uit. Zij kozen degenen die hen moesten opvolgen in hun ambt: de bischoppen. De opvolgers van de apostelen hebben tot op de dag van vandaag deel aan de door Jezus geschonken volmacht: zij besturen en onderrichten en zij vieren liturgie. De verbondenheid van de apostelen werd het fundament van de eenheid van de kerk (Apostolische opvolging). Onder de apostelen nam Petrus een bijzondere plaats in: "Jij bent Petrus, de rots waarop Ik mijn kerk zal bouwen" (Mat. 16,18). Uit de bijzondere plaats van Petrus onder de apostelen kwam het pauselijke ambt voort. [Youcat 92]

Waarom heet de Kerk apostolisch?

De Kerk heet apostolisch omdat zij, door de apostelen gesticht, vasthoudt aan hun overlevering en wordt geleid door hun opvolgers.

Jezus riep de apostelen als zijn nauwste medewerkers. Zij waren zijn ooggetuigen. Na zijn verrijzenis verscheen Hij hun meerdere malen. Hij schonk hun de Heilige Geest en stuurde hen als gevolmachtigde boden de wereld in. In de jonge Kerk stonden zij garant voor de eenheid. Hun zending en volmacht gaven zij door handoplegging door aan hun opvolgers, de bisschoppen. Zo is het tot op de dag van vandaag. Dit proces noemen we apostolische opvolging. [Youcat 137]

Wat is de apostolische successie?

De apostolische successie is de overdracht, door het Sacrament van de Wijding, van de zending en de volmacht van de apostelen aan hun opvolgers, de bisschoppen. Dank zij deze overdracht blijft de Kerk in gemeenschap van geloof en leven verbonden met haar oorsprong, terwijl zij door de eeuwen heen voor de verspreiding van het rijk van Christus op aarde heel haar apostolaat ordent. [CCKK 176]

Wat is het werk van Christus in de liturgie?

In de liturgie van de Kerk maakt Christus voornamelijk zijn paasmysterie onder tekenen kenbaar en brengt het tot stand. Door de heilige Geest aan de apostelen te geven, gaf Hij hun en hun opvolgers de macht het heilswerk te voltrekken door het eucharistisch Offer en de Sacramenten, waarin Hij zelf werkzaam is om zijn genade mee te delen aan de gelovigen van alle tijden en in heel de wereld. [CCKK 222]