Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
heiligen

4.16 Tot welke heilige kan ik bidden? Het zijn er zoveel!

Roeping tot heiligheid

De vele heiligen laten ieder op hun eigen manier zien hoe groot de liefde van God voor ons is. Tijdens hun leven hebben ze volledig op Jezus vertrouwd en zijn zo voor ons een voorbeeld. In de hemel bidden ze voor ons: we kunnen om hun gebed vragen.

Bijvoorbeeld de heiligen Lidwina van Schiedam, Rita van Cascia en Antonius van Padua geven heel verschillende voorbeelden. Door hun vertrouwen en toewijding aan God waren ze in staat om zichzelf weg te cijferen en zo hun naasten te helpen

> Lees meer in het boek

Iedere heilige is in de hemel, en ieder heeft zijn eigen ‘specialiteit’. Met hun voorbeeld & gebed kun ook jij meer bereiken dan je denkt.

Uit de Wijsheid van de Kerk

Wat betekent ‘gemeenschap van de heiligen’?

Tot de ‘gemeenschap van de heiligen’ behoren alle mensen die hun hoop op Christus hebben gesteld en door de doop bij Hem horen, of ze al gestorven zijn of nog leven. Omdat wij in Christus één lichaam zijn, leven we in een gemeenschap die hemel en aarde omvat.

De Kerk is groter en meer levend dan wij denken. Tot de Kerk behoren levenden en gestorvenen – of ze zich nog in een louteringsproces bevinden, of al in de heerlijkheid van God zijn – bekenden en onbekenden, grote heiligen en onopvallende mensen. Wij kunnen elkaar over de dood heen bijstaan. Wij kunnen onze naamheilige of onze favoriete heilige aanroepen, maar ook onze overleden verwanten, van wie wij geloven dat ze al bij God zijn aangekomen. Omgekeerd kunnen wij onze overledenen die zich nog in een louteringsproces bevinden, door ons smeekgebed en eucharistievieringen als offer van Christus helpen. Wat de enkeling in en voor Christus doet, komt allen ten goede. Omgekeerd betekent dit helaas ook dat iedere zonde de gemeenschap schaadt. [Youcat 146]

Wat betekent het in de Doop een naam te ontvangen?

Door de naam die wij in de Doop ontvangen, zegt God ons: ‘Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij’ (Jer. 43, 1).

In de Doop lost de mens niet op in een anonieme goddelijkheid, maar wordt hij juist in zijn individualiteit bevestigd. Met een naam gedoopt zijn betekent: God kent mij; Hij zegt ja tegen mij en neemt mij voor altijd aan in mijn onverwisselbare eenmaligheid. [Youcat 201]

Waarom moeten christenen bij de Doop de naam van een grote heilige moeten kiezen?

Betere voorbeelden dan heiligen zijn er niet, en betere helpers ook niet. Als mijn patroon een heilige is, heb ik een vriend bij God. [Youcat 202]