Alle Tweets
Vorige:
Volgende:
toveren met hoge hoed

4.18 Hoe zit het met wonderen, occulte zaken en magie?

Roeping tot heiligheid

God doet soms wonderen, dwars door de wetten van de natuur heen. Terwijl de natuurwetten blijven bestaan, besluit God om rechtstreeks in te grijpen. Wonderen zijn dan ook niet wetenschappelijk te verklaren: ze zijn bovennatuurlijk.

Waarom God af en toe wel en vaak geen wonderen doet weten we niet precies. Wonderen kunnen niet worden afgedwongen, maar je kunt er wel voor bidden. Witte of goede magie bestaat niet. Occulte zaken en magie zijn gevaarlijk voor mensen en in strijd met de liefde van God. 

> Lees meer in het boek

God doet soms wonderen om ons te laten groeien in liefde voor Hem. Als je die liefde kent en je eraan toevertrouwt heb je geen magie nodig!

Uit de Wijsheid van de Kerk

Hoe kunnen wij ons kinderlijk vertrouwen versterken?

Ons kinderlijk vertrouwen wordt op de proef gesteld wanneer wij het gevoel hebben niet te worden verhoord. Dan moeten wij ons afvragen of God voor ons een Vader is, wiens wil wij proberen te doen, of eenvoudigweg een middel om te verkrijgen wat wij willen. Wanneer ons gebed zich verenigt met dat van Jezus, weten wij dat Hij ons veel meer geeft dan deze of die gave: de heilige Geest, die ons hart verandert. [CCKK 575]

Wat als je merkt dat bidden niet helpt?

Het bidden is niet op zoek gaan naar oppervlakkig succes, maar naar de wil en de nabijheid van God. Juist het schijnbare zwijgen van God is een uitnodiging om nog een stap verder te gaan – in totale overgave, grenzeloos geloof, oneindige verwachting. Wie bidt, moet God de gehele vrijheid laten om te spreken wanneer Hij dat wil, te vervullen wat Hij wil, en zich te geven zoals Hij het wil.

We zeggen vaak: Ik heb vaak gebeden – en het heeft niets geholpen. Misschien bidden we niet intensief genoeg. Zo vroeg de heilige Pastoor van Ars ooit aan een medebroeder die over zijn gebrek aan succes klaagde: ‘Je hebt gebeden – je hebt gezucht (...) maar heb je ook gevast, heb je gewaakt?’ Het zou ook kunnen zijn dat we God om de verkeerde dingen vragen. Zo zei Theresia van Avila ooit eens: ‘Bid niet om lichtere lasten, bid om een sterkere rug!’ [Youcat 507]

Wat betekent ‘Vereer naast mij geen andere goden’?

Dit gebod verbiedt ons:

  • andere goden en afgoden te vereren, een aardse afgod te aanbidden of zich geheel over te geven aan een aards goed (geld, invloed, succes, schoonheid, jeugd, enz.);
  • bijgelovig te zijn, dus in plaats van in de macht, de sturing en zegen van God te geloven, esoterische, magische of occulte praktijken aan te hangen of zich met waarzeggerij of spiritisme bezig te houden;
  • God in woorden of daden uit te dagen;
  • heiligschennis te begaan;
  • geestelijke macht te verwerven door corruptie en het heilige door handel te ontwijden (simonie).

[Youcat 355]

Is esoterie verenigbaar met het christelijke geloof?

Nee. Esoterie gaat voorbij aan de werkelijkheid van God. God is een persoonlijk wezen. Hij is de liefde en de oorspong van het leven, niet een koude kosmische energie. De mens is door God gewild en geschapen, is echter zelf niet goddelijk, maar een door de zonde gekwetst, door de dood bedreigd schepsel dat behoefte heeft aan verlossing. Terwijl esoterici er meestal van uitgaan dat de mens zichzelf kan verlossen, geloven christenen dat alleen Jezus Christus en de genade Gods hen verlost. Ook de natuur en de kosmos zijn niet God (pantheïsme). Veeleer is Hij de Schepper, in alle liefde voor ons oneindig veel groter en anders dan alles wat Hij geschapen heeft.

Veel mensen beoefenen om gezondheidsredenen yoga, nemen deel aan meditatiecursussen (meditatie) om stil en gefocust te worden, of ze organiseren dansworkshops om een nieuwe lichaamservaring op te doen. Die technieken zijn niet altijd ongevaarlijk. Soms zijn ze het vehikel voor een leer die vreemd is aan het Christendom: de esoterie. Geen verstandig mens hoeft dit wereldbeeld te delen, waarin het wemelt van de geesten, kobolden en (esoterische) engelen, waarin in tovenarij wordt geloofd en waarin ‘ingewijden’ over geheime kennis beschikken die aan het ‘domme volk’ onthouden wordt. Al in het oude Israël werd het geloof in goden en geesten van de omringende volkeren ontmaskerd. God alleen is de Heer, er is geen andere God dan Hij. Er is ook geen (tover)techniek waarmee je ‘het goddelijke’ aan banden kunt leggen, je eigen wensen aan het universum kunt opleggen of jezelf kunt verlossen. Veel aspecten van de esoterie zijn vanuit een christelijk perspectief bijgeloof of occultisme. [Youcat 356]